Presentatie
Zo lang ik me kan herinneren ben ik gefascineerd door het verschijnsel mens. Waarschijnlijk ben ik daarom psychologie gaan studeren, als psycholoog werkzaam geweest in de psychiatrie en als senior adviseur van het ministerie van VWS betrokken geweest bij de hulpverlening aan verslaafden.
Die fascinatie voor mensen is nu terug te vinden in mijn huidige beroep van beeldhouwer. Alleen valt niet te ontkennen dat van de species mens voornamelijk de vrouw mijn aandacht heeft. De vrouw als onuitputtelijke bron van inspiratie, archetype van het schone. Een immer boeiend vat vol emoties dat vertaald kan worden in beelden. De ene keer gegoten in brons, de andere keer gehouwen in steen.
Voor mij is beeldhouwen een voortdurend zoeken naar een in vlakken en lijnen verstild evenwicht tussen een in vormen uitgedrukte idee van de mens en de ruimte. Een beeld moet het resultaat zijn van het steeds weer proberen om de in mijn hoofd gegroeide subjectieve idee van lichamelijke schoonheid letterlijk en figuurlijk de ruimte te geven. Dit door het gebruik maken van beschikbare materialen en de bij de idee passende vormgeving. Beeldhouwen is het omzetten van een in het achterhoofd geboren abstractie in concreet gemodelleerde materie. Een handgemeen met een vaak even verrassende als onvoorstelbare afloop.
Echter het uitdrukken van emoties in beelden kan ook met behulp van woorden. Alleen noemen we die beelden dan gedichten. Bij gedichten worden ook door gedachten opgeroepen emoties omgezet in beeldende stromen van woorden. Woorden ritmisch vervat in een opeenvolging van met elkaar vervlochten strofen. Zinnen gestroomlijnd in poëtische rivieren van klankkleuren. Zo dichten is een manier van beelden maken die ik mijn leven lang al uitgeprobeerd heb. In de praktijk altijd een weergaloos spannende wedstrijd met een weerbarstige taal.
